Warmtepompen kunnen een negatieve invloed hebben op het verdienvermogen van warmtenetten. Want wie een warmtepomp aanschaft, hoeft geen aansluiting meer op een warmtenet. Daarmee wordt het zogenoemde ‘vollooprisico’ van een warmtenet groter: de kans dat er niet genoeg aansluitingen op het warmtenet komen om een gezonde business case te garanderen.
Koud bad voor warmtenetten
Het advies om daarom te stoppen met het financieel stimuleren van warmtepompen in warmtenetgebieden kwam begin 2025 van de Algemene Rekenkamer. In het rapport ‘Een koud bad voor warmtenetten’ zeggen de auteurs dat “rijkssubsidies niet doelmatig worden ingezet door overlap bij beide maatregelen”.
In een toelichting aan ENTRA stelde Joost Aerts van de Algemene Rekenkamer eind vorig jaar: “Gemeenten plannen warmtenetten nu nog vooral in nieuwbouwwijken, waar zij zelf kunnen kiezen om woningen aan te sluiten. Maar om heel Nederland gasloos te maken, moeten er ook warmtenetten komen in bestaande stadswijken met verschillende soorten woningen. Als een bepaalde categorie huishoudens daar uitvalt omdat zij kiezen voor een warmtepomp, wordt de basis waarop je een warmtenet kunt bouwen steeds smaller.”
In een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving, waaraan verschillende ministeries meeschreven, werd het advies van de Algemene Rekenkamer overgenomen: “Warmtepompen in warmtenetgebieden worden uitgesloten van subsidie.” Daarbij maakte het PBL wel de kanttekening dat deze maatregel “uitvoerbaar en juridisch houdbaar” moest zijn.
'Impact nog beperkt'
Precies daarover heeft minister Van Veldhoven haar bedenkingen, zegt ze in een brief aan de Tweede Kamer. Haar ministerie heeft navraag gedaan bij belanghebbende partijen in de markt, zoals vertegenwoordigers van de warmtenet-, warmtepomp- en installatiesector, energieleveranciers, netbeheerders en vertegenwoordiging van woningeigenaren en verhuurders. Daarnaast heeft de VNG een consultatie onder ongeveer vijftig gemeenten uitgevoerd.
Uit die gesprekken blijkt dat het aantal warmtepompen in potentiële collectieve warmte wijken op dit moment beperkt is. De komende jaren neemt dat aantal naar verwachting wel toe. “De impact ervan op de totstandkoming van warmtenetten is vooralsnog beperkt, onder meer omdat de ISDE voor warmtepompen vooral wordt gebruikt in niet-stedelijke wijken, wat niet de doorsnee collectieve warmtewijken zijn”, aldus de minister. “Ook gaat het in ruim de helft van de ISDE aanvragen om een hybride warmtepomp, die een warmtenet niet in de weg zit en een tussenstap kan zijn naar collectieve warmte.”
Juridisch lastig haalbaar
Ook juridisch is het moeilijk rond te krijgen, zegt ze. “De verkenning wijst uit dat juridische uitsluiting van subsidie voor warmtepompen in collectieve warmte wijken serieuze haken en ogen kent. Deze haken en ogen gaan onder meer over de verhouding tot het recht op een ‘opt out’ in de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw), het gelijkheidsbeginsel en de rechtszekerheid, omdat het plan tot aanleggen van een warmtenet ook kan wijzigen of zelfs stoppen.”
Daarnaast is er kans op voor een “averechts gedragseffect”, waarbij het in de toekomst wegvallen van subsidie juist een prikkel geeft om nu nog snel een warmtepomp te installeren, zegt de minister. “Hoewel het risico van onwenselijke overlap dat de Algemene Rekenkamer signaleert wordt herkend, kent het juridisch uitsluiten van subsidie daarom op dit moment geen draagvlak.”
Mogelijk in toekomst anders
Mogelijk dat er in de toekomst wél een subsidiestop komt voor warmtepompen in warmtenetgebieden, als nieuwe data, verzameld door het CBS, daar aanleiding toe geven, zegt de minister. “We houden de vinger aan de pols en bezien of uitsluiting in enige vorm op een later moment wel wenselijk is.”














